Grijze lijst in je voorwaarden: wie moet bewijzen dat een beding wél redelijk is?
De wettekst — Artikel 6:237 BW
Bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn een in de algemene voorwaarden voorkomend beding
a. dat de gebruiker een, gelet op de omstandigheden van het geval, ongebruikelijk lange of onvoldoende bepaalde termijn geeft om op een aanbod of een andere verklaring van de wederpartij te reageren;
b. dat de inhoud van de verplichtingen van de gebruiker wezenlijk beperkt ten opzichte van hetgeen de wederpartij, mede gelet op de wettelijke regels die op de overeenkomst betrekking hebben, zonder dat beding redelijkerwijs mocht verwachten;
c. dat de gebruiker de bevoegdheid verleent een prestatie te verschaffen die wezenlijk van de toegezegde prestatie afwijkt, tenzij de wederpartij bevoegd is in dat geval de overeenkomst te ontbinden;
d. dat de gebruiker van zijn gebondenheid aan de overeenkomst bevrijdt of hem de bevoegdheid daartoe geeft anders dan op in de overeenkomst vermelde gronden welke van dien aard zijn dat deze gebondenheid niet meer van hem kan worden gevergd;
e. dat de gebruiker een ongebruikelijk lange of onvoldoende bepaalde termijn voor de nakoming geeft;
f. dat de gebruiker of een derde geheel of ten dele bevrijdt van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding;
g. dat een de wederpartij volgens de wet toekomende bevoegdheid tot verrekening uitsluit of beperkt of de gebruiker een verdergaande bevoegdheid tot verrekening verleent dan hem volgens de wet toekomt;
h. dat als sanctie op bepaalde gedragingen van de wederpartij, nalaten daaronder begrepen, verval stelt van haar toekomende rechten of van de bevoegdheid bepaalde verweren te voeren, behoudens voor zover deze gedragingen het verval van die rechten of verweren rechtvaardigen;
i. dat voor het geval de overeenkomst wordt beëindigd anders dan op grond van het feit dat de wederpartij in de nakoming van haar verbintenis is tekort geschoten, de wederpartij verplicht een geldsom te betalen, behoudens voor zover het betreft een redelijke vergoeding voor door de gebruiker geleden verlies of gederfde winst;
j. dat de wederpartij verplicht tot het sluiten van een overeenkomst met de gebruiker of met een derde, tenzij dit, mede gelet op het verband van die overeenkomst met de in dit artikel bedoelde overeenkomst, redelijkerwijze van de wederpartij kan worden gevergd;
k. dat voor een overeenkomst als bedoeld in artikel 236 onder j of p respectievelijk q een duur bepaalt van meer dan een jaar, tenzij de wederpartij na een jaar de bevoegdheid heeft de overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand;
l. dat de wederpartij aan een opzegtermijn bindt die langer is dan de termijn waarop de gebruiker de overeenkomst kan opzeggen;
m. dat voor de geldigheid van een door de wederpartij te verrichten verklaring een strengere vorm dan het vereiste van een onderhandse akte stelt;
n. dat bepaalt dat een door de wederpartij verleende volmacht onherroepelijk is of niet eindigt door haar dood of ondercuratelestelling, tenzij de volmacht strekt tot levering van een registergoed;
o. dat de wederpartij bij overeenkomsten, niet zijnde verlengde, vernieuwde of voortgezette overeenkomsten als bedoeld in artikel 236, onder j of p respectievelijk q, aan een opzegtermijn bindt die langer is dan een maand.
Volledige tekst, uitleg en het passende contractmodel → · geldig vanaf 2026-07-16, bron wetten.overheid.nl
Je verkoopt online aan consumenten en hebt jaren geleden algemene voorwaarden laten opstellen, of ergens een template vandaan gehaald. Daarin staat bijvoorbeeld dat jij als ondernemer een ruime termijn krijgt om te leveren, of dat een proefperiode automatisch overgaat in een langdurig abonnement. Een klant klaagt daarover en stapt naar de rechter. Nu moet jij uitleggen waarom dat beding eigenlijk heel redelijk is — in plaats van dat de klant moet bewijzen dat het onredelijk is. Dat is precies wat artikel 6:237 van het Burgerlijk Wetboek regelt.
Dit artikel bevat de zogeheten grijze lijst: een opsomming van bedingen die, als je ze gebruikt in overeenkomsten met consumenten, vermoed worden onredelijk bezwarend te zijn. Dat vermoeden is niet in steen gehouwen. Je kunt het als ondernemer weerleggen, maar daarvoor moet je wel met argumenten komen. Zonder die weerlegging geldt het beding als onredelijk bezwarend, en dus kan de consument het vernietigen.
Alleen tussen bedrijf en consument
Belangrijk om te onthouden: deze bescherming geldt uitsluitend in de relatie tussen jou als verkopende partij en een consument — een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Sluit je overeenkomsten met andere ondernemers, dan is deze bepaling niet van toepassing. Tussen bedrijven staat het partijen in beginsel vrij om afwijkende afspraken te maken over bijvoorbeeld leveringstermijnen, aansprakelijkheid of opzegtermijnen, zonder dat er een wettelijk vermoeden van onredelijkheid om de hoek komt kijken.
Wat voor soort bedingen gaat het om
De lijst in artikel 6:237 BW is behoorlijk uitgebreid en noemt uiteenlopende situaties. Denk aan bedingen die:
- de ondernemer een ongebruikelijk lange of onvoldoende bepaalde termijn geven om op een verzoek van de consument te reageren of te leveren;
- de bewijspositie van de consument verzwaren, bijvoorbeeld door de consument te laten erkennen dat iets juist is terwijl dat juist ter discussie staat;
- een overeenkomst die voor onbepaalde tijd of met een proefperiode is aangegaan, stilzwijgend laten verlengen zonder dat de consument daar makkelijk vanaf kan;
- de ondernemer een onevenredig korte termijn geven om fouten of gebreken te herstellen, of de consument juist een onredelijk korte termijn opleggen om te reageren.
Dit is een selectie; de volledige lijst is langer en gedetailleerder. Staat een van jouw bedingen op deze lijst, dan ligt de bal dus bij jou om aan te tonen dat het in jouw specifieke situatie wél redelijk is.
Waarom dit meer is dan een formaliteit
Het vermoeden van onredelijkheid werkt in de praktijk als een flinke streep door de rekening. Een rechter hoeft niet eerst te onderzoeken of het beding onredelijk bezwarend is — dat wordt als uitgangspunt aangenomen. Jij moet vervolgens met concrete, overtuigende argumenten komen waarom de uitzondering in jouw geval gerechtvaardigd is. Dat is een andere en vaak zwaardere positie dan wanneer je gewoon je standpunt mag toelichten.
Aandachtspunten voor jouw voorwaarden
- Loop je voorwaarden langs de lijst: controleer of bedingen over termijnen, verlenging, bewijslast of herstel van gebreken overeenkomen met situaties uit de grijze lijst.
- Onderbouw afwijkingen vooraf: heb je toch een beding dat op de lijst past, zorg dan dat je kunt uitleggen waarom het in jouw branche of dienst redelijk is — wacht niet tot een geschil ontstaat.
- Check of je klant echt consument is: bij zakelijke klanten geldt deze bescherming niet, dus is het onderscheid tussen B2C en B2B in je voorwaarden relevant.
Direct zelf regelen?
Stel het bijpassende model op met Lexparaat. Je eerste document is gratis, daarna €5 per document; een juristcontrole €99.
Bronnen
art. 6:237 BW — Grijze lijst (consumenten). Grijze lijst: bedingen die tegenover consumenten vermoed worden onredelijk bezwarend te zijn. Geldt niet tussen bedrijven. wettekst↗ · rechtspraak↗
Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies. Twijfel je over jouw situatie? Scan je contract gratis — en als het advies moet worden, tekent er een jurist.