Vijf jaar en je factuur is weg: verjaring van nakoming (art. 3:307 BW)
De wettekst — Artikel 3:307 BW
1. Een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden.
2. In geval van een verbintenis tot nakoming na onbepaalde tijd loopt de in lid 1 bedoelde termijn pas van de aanvang van de dag, volgende op die waartegen de schuldeiser heeft medegedeeld tot opeising over te gaan, en verjaart de in lid 1 bedoelde rechtsvordering in elk geval door verloop van twintig jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waartegen de opeising, zonodig na opzegging door de schuldeiser, op zijn vroegst mogelijk was.
Volledige tekst, uitleg en het passende contractmodel → · geldig vanaf 2025-07-01, bron wetten.overheid.nl
Je ruimt de administratie op en stuit op een oude klantmap. Een project uit 2018, netjes opgeleverd, laatste factuur van € 8.400 nooit betaald. De klant bestaat nog, rijdt in een nieuwe bus en heeft een volle orderportefeuille. Je denkt: die stuur ik gewoon opnieuw. Maar dan komt het antwoord: “Die vordering is verjaard.” En het pijnlijke is: waarschijnlijk heeft je klant gelijk.
Wat regelt artikel 3:307 BW?
Artikel 3:307 BW bepaalt dat een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit een overeenkomst in beginsel verjaart door verloop van vijf jaar. Die vijf jaar begint te lopen op het moment dat de vordering opeisbaar wordt.
Simpel gezegd: vanaf het moment dat je van de ander iets mag opeisen – betaling, levering, herstel, oplevering – heb je vijf jaar om er via de rechter iets aan te doen. Laat je die termijn verstrijken, dan bestaat je vordering formeel nog wel, maar kun je hem niet meer met succes voor de rechter halen. De ander hoeft alleen maar “verjaard” te zeggen en je staat met lege handen.
Wanneer is iets “opeisbaar”?
Dit is in de praktijk de belangrijkste vraag, en tegelijk de vraag waar ondernemers de meeste fouten maken. Een paar richtlijnen:
- Facturen met een betaaltermijn. Staat er “betalen binnen 30 dagen”, dan is de vordering opeisbaar na die 30 dagen. Vanaf dat moment tikt de klok.
- Afspraken zonder termijn. Is er geen betaal- of leveringstermijn afgesproken, dan is de verbintenis in principe direct opeisbaar. De verjaring begint dan al heel vroeg.
- Termijnen en delen. Bij een overeenkomst met meerdere termijnbetalingen loopt per termijn een eigen verjaringstermijn. De oudste termijn kan dus al verjaard zijn terwijl de laatste nog springlevend is.
- Andere prestaties dan geld. Verjaring gaat niet alleen over facturen. Ook je recht om nakoming van een leveringsafspraak of een afgesproken herstel op te eisen, kan verjaren.
Verjaring stuiten: de klok terugzetten
Verjaring is geen natuurwet waar je machteloos tegenover staat. Je kunt de termijn stuiten. Doe je dat op tijd, dan begint er een nieuwe termijn te lopen. Dat kan onder meer door:
- een schriftelijke aanmaning waarin je duidelijk en ondubbelzinnig aangeeft dat je je recht op nakoming voorbehoudt – dus niet vaag “we komen er nog op terug”, maar concreet: welk bedrag, welke factuur, en dat je betaling blijft vorderen;
- het starten van een procedure bij de rechter;
- erkenning door de ander, bijvoorbeeld als je klant schriftelijk zegt dat hij de schuld erkent maar even geen geld heeft, of een deelbetaling doet.
Belangrijk: een vriendelijke belletje of een WhatsApp-appje dat je niet kunt terugvinden, helpt je later niet. Zorg dat je stuiting aantoonbaar is: e-mail met verzendbewijs, aangetekende brief, of vastgelegde erkenning.
Waarom dit ook in je voordeel kan werken
Verjaring werkt twee kanten op. Krijg je zelf een oude claim op je bord – een leverancier die na zes jaar een “vergeten” factuur stuurt, of een opdrachtgever die opeens nakoming van een oude afspraak eist – dan is de eerste vraag altijd: wanneer werd dit opeisbaar? Is dat meer dan vijf jaar terug en is er nooit gestuit, dan hoef je niet in discussie over de inhoud. Let wel op: je moet je er zelf op beroepen, de rechter doet dat niet voor je.
Waar je op moet letten
- Zet je debiteuren op een tijdlijn, niet op een stapel. Registreer bij elke openstaande post de opeisbaarheidsdatum en zet een signaal op vier jaar. Dan heb je nog ruim tijd om te stuiten of te procederen.
- Stuit schriftelijk en concreet. Noem het bedrag, de factuur of de afspraak, en zeg expliciet dat je nakoming blijft vorderen. Bewaar het verzendbewijs bij het dossier.
- Check bij elke oude claim tegen jou eerst de datum. Voordat je onderhandelt of gedeeltelijk betaalt: een deelbetaling of erkenning kan de verjaring juist opnieuw laten lopen. Bij twijfel: eerst laten nakijken, dan reageren.
Direct zelf regelen?
Stel het bijpassende model op met Lexparaat. Je eerste document is gratis, daarna €5 per document; een juristcontrole €99.
Bronnen
art. 3:307 BW — Verjaring nakomingsvordering. Een vordering tot nakoming verjaart in beginsel vijf jaar na opeisbaarheid. wettekst↗ · rechtspraak↗
Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies. Twijfel je over jouw situatie? Scan je contract gratis — en als het advies moet worden, tekent er een jurist.