Contract maken

Pandakte roerende zaken — voorbeeld & model

Verpanden van machines, inventaris of voorraad als zekerheid. Dit document wordt opgebouwd uit modelclausules. De software controleert de ingevoerde gegevens op de ingestelde regels; controleer zelf of het contract bij jouw situatie past. Wat je invult wordt nergens opgeslagen — tot je het volledige document bestelt.

Status: AI-opgezet model — laat een jurist het document beoordelen. Laat vóór ondertekening altijd een jurist meekijken.

Voorbeeldgegevens om te zien hoe het contract eruitziet — overschrijf ze met je eigen gegevens.
Eerste contract gratis€5per document€29bundel rond deze stap€99jurist controleert en tekent
Dit model hoort bij de bundel Geld lenen of investeren. Alle 11 modellen samen kosten €29, in plaats van €55 los.Bekijk de bundel →

Niet van toepassing? Vul "n.v.t." in.

Niet van toepassing? Vul "n.v.t." in.

Noem datum, partijen, kenmerk en de ondertekende versie. Controleer aansluiting op de omschreven vordering; een voorbeeldverwijzing is geen echte leningsovereenkomst.

Omschrijf de zaken zodat deze objectief zijn vast te stellen: categorie, locatie en waar nodig aantallen, merken en serienummers. Neem goederen van derden niet als eigen zaken op. Bijlage 1 moet daadwerkelijk zijn toegevoegd indien gekozen.

Kies zo spoedig mogelijk. Tot registratie is bij een onderhandse bezitloze pandakte nog geen bezitloos pandrecht gevestigd; dit is geen wettelijke respijttermijn. Mag niet vóór «Datum pandakte» liggen.

Vermeld per zaak de rechthebbende en de aard van het recht of beslag. Schrijf uitdrukkelijk geen als er geen zijn. Zaken van derden worden niet door deze akte hun eigendom ontnomen.

Deze inhoud wordt als bijlage meegeleverd. Omschrijf elke zaak of objectief bepaalbare categorie; een verwijzing naar een los bestand is niet voldoende.

Naast wettelijke zaaksvervanging. Vermeld de bestaande polis en beperkte rechten. Deze aanvullende route gebruikt dezelfde geregistreerde onderhandse of notariële akte.

Vermeld alle beperkte rechten en gerechtigden; vul geen in als deze ontbreken.

Vermeld het register en nummer. Alleen als registratie werkelijk niet van toepassing is: niet van toepassing.

Noem wie tekent en namens wie. Een natuurlijke persoon die zelf tekent vermeldt de eigen naam en voor zichzelf.

Vermeld het register en nummer. Alleen als registratie werkelijk niet van toepassing is: niet van toepassing.

Noem wie tekent en namens wie. Een natuurlijke persoon die zelf tekent vermeldt de eigen naam en voor zichzelf.

Beschrijf de daadwerkelijke regeling. Normaal gebruik door pandgever kan niet worden gecombineerd met vuistpand als hij de feitelijke macht behoudt.

Een gepland moment bewijst geen afgifte. Werkelijke ontvangst wordt pas bij overdracht bevestigd.

Vul de daadwerkelijk overeengekomen dekking in. De waarde is geen bewijs van voldoende opbrengst bij executie.

Identificeer een ontvangen bevestiging of beschrijf duidelijk welke nog moet worden verkregen; een ontbrekende bevestiging mag niet als ontvangen worden voorgesteld.

De invoercontroles signaleren bepaalde fouten en ontbrekende gegevens. Een geslaagde controle is geen juridische goedkeuring en bewijst niet dat vereiste uitvoeringshandelingen zijn verricht.

Zo ziet een pandakte roerende zaken eruit

Een voorbeeld met fictieve gegevens — jouw versie vul je zelf in.

Partijen

Voorbeeld B.V., gevestigd te Amsterdam (hierna: 'Pandgever'), en Financier B.V., gevestigd te Utrecht (hierna: 'Pandhouder'), komen op 1 september 2026 te Amsterdam de volgende pandakte overeen. Partijen worden hierna gezamenlijk ook aangeduid als 'Partijen'. Dit model betreft zekerheid voor eigen schulden van Pandgever; het is geen akte voor zekerheid voor schulden van een ander. De onderliggende overeenkomst en de bevoegdheid om deze zekerheid te geven worden vóór ondertekening gecontroleerd. Pandgever heeft als adres Industrieweg 20, 9723 AB Groningen en registratie KvK 81234567; ondertekenaar is Eva de Groot, bestuurder van Noorderlicht Machines B.V. Pandhouder heeft als adres Maasstraat 8, 3011 AB Rotterdam en registratie KvK 87654321; ondertekenaar is Daan Vos, bestuurder van Havenfinanciering B.V. Iedere ondertekenaar handelt binnen de daadwerkelijk bestaande bevoegdheid. Partijen controleren vóór ondertekening de identiteit, vertegenwoordiging en toepasselijke bevoegdheidsstukken; deze vermelding bewijst die controle niet.

Artikel 1 · Verpanding

Pandgever verpandt aan Pandhouder, die aanvaardt, de in artikel 2 omschreven roerende zaken die geen registergoederen zijn, tot zekerheid voor de in artikel 3 omschreven vordering. De vestiging vindt plaats volgens artikel 4; alleen ondertekening van deze tekst volstaat niet bij een onderhandse bezitloze pandakte of bij vuistpand. Pandgever werkt mee aan de daarvoor vereiste handelingen. De afspraken over toekomstige zaken staan uitsluitend in artikel 2a.

Artikel 2 · Verpande zaken

De verpanding betreft de volgende zaken: Machinepark en bedrijfsinventaris, gespecificeerd in bijlage 1. Alleen zaken die aan de hand van deze omschrijving objectief kunnen worden vastgesteld, vallen binnen de verpanding. De omschrijving verleent geen pandrecht op goederen waarover Pandgever niet kan beschikken. Voor reeds onder eigendomsvoorbehoud aan Pandgever geleverde zaken omvat de verpanding uitsluitend diens bestaande eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde, voor zover de omschrijving deze zaken dekt. Dit is een bestaand voorwaardelijk recht en valt niet onder de toekomstige zaken van artikel 2a. Na vervulling van de voorwaarde groeit een daarop rechtsgeldig gevestigd pandrecht zonder nadere vestigingshandeling mee naar de volle eigendom, ook wanneer de voorwaarde na faillissement wordt vervuld. De rechten van de verkoper blijven tot vervulling van de voorwaarde bestaan. De gekozen vestigingshandeling van artikel 4 moet reeds zijn voltooid; deze bepaling maakt een onvoltooide vestiging niet alsnog geldig. Losse vervangende of later verkregen zaken vallen alleen onder de afzonderlijke afspraak in artikel 2a. Voor bestanddelen geldt de wettelijke regeling. Bijlage 1 specificeert deze zaken, wordt vóór ondertekening door partijen gecontroleerd en aan de akte gehecht en maakt daarvan deel uit. Een verwijzing naar een ontbrekende bijlage vervangt de benodigde omschrijving niet.

Dit is het begin van het model. Vul je eigen gegevens in voor het complete, kant-en-klare document.

Wat staat er in een pandakte roerende zaken?

Een pandakte roerende zaken van Lexparaat is geen invul-voorbeeld maar een opgebouwd document: elke clausule komt uit een gecureerde set, waar relevant met het wetsartikel erbij.

  • Partijen
  • Artikel 1 · Verpanding
    ⚖ art. 3:227 BW

    1. Het recht van pand en het recht van hypotheek zijn beperkte rechten, strekkende om op de daaraan onderworpen goederen een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen. Is het recht op een registergoed gevestigd, dan is het een recht van hypotheek; is het recht op een ander goed gevestigd, dan is het een recht van pand.

    2. Een recht van pand of hypotheek op een zaak strekt zich uit over al hetgeen de eigendom van de zaak omvat.

    Artikel 3:227 BW — uitleg en de modellen die erop rusten →

    Bron: wetten.overheid.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BWBR0005291), toestand geldig vanaf 2025-07-01, opgehaald 10-09-2026 uit de BWB-repository van de overheid. Wetteksten zijn vrij van auteursrecht (art. 11 Auteurswet); de uitleg en de contractmodellen zijn van Lexparaat.

  • Artikel 2 · Verpande zaken
  • Artikel 2a · Toekomstige zaken
    ⚖ art. 3:97, 3:98, 3:236 en 3:237 BW

    1. Pandrecht op een roerende zaak, op een recht aan toonder, of op het vruchtgebruik van een zodanige zaak of recht, kan ook worden gevestigd bij authentieke of geregistreerde onderhandse akte, zonder dat de zaak of het toonderpapier wordt gebracht in de macht van de pandhouder of van een derde.

    2. De pandgever is verplicht in de akte te verklaren dat hij tot het verpanden van het goed bevoegd is alsmede hetzij dat op het goed geen beperkte rechten rusten, hetzij welke rechten daarop rusten.

    3. Wanneer de pandgever of de schuldenaar in zijn verplichtingen jegens de pandhouder tekortschiet of hem goede grond geeft te vrezen dat in die verplichtingen zal worden tekortgeschoten, is deze bevoegd te vorderen dat de zaak of het toonderpapier in zijn macht of in die van een derde wordt gebracht. Rusten op het goed meer pandrechten, dan kan iedere pandhouder jegens wie de pandgever of de schuldenaar tekortschiet, deze bevoegdheid uitoefenen, met dien verstande dat een andere dan de hoogst gerangschikte slechts afgifte kan vorderen aan een tussen de gezamenlijke pandhouders overeengekomen of door de rechter aan te wijzen pandhouder of derde.

    4. Wanneer de pandgever of de schuldenaar in zijn verplichtingen jegens de pandhouder die een bij voorbaat gevestigd pandrecht op te velde staande vruchten of beplantingen heeft, tekortschiet, kan de kantonrechter de pandhouder op diens verzoek machtigen zelf de te velde staande vruchten of beplantingen in te oogsten. Is de pandgever eigenaar van de grond of ontleent hij zijn recht op de vruchten of beplantingen aan een beperkt recht op de grond, dan kan de beschikking waarbij het verzoek wordt toegewezen, worden ingeschreven in de openbare registers.

    5. Tegen een beschikking krachtens het vorige lid is geen hogere voorziening toegelaten.

    Artikel 3:237 BW — uitleg en de modellen die erop rusten →

    Bron: wetten.overheid.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BWBR0005291), toestand geldig vanaf 2025-07-01, opgehaald 10-09-2026 uit de BWB-repository van de overheid. Wetteksten zijn vrij van auteursrecht (art. 11 Auteurswet); de uitleg en de contractmodellen zijn van Lexparaat.

  • Artikel 3 · Gewaarborgde vordering
    ⚖ art. 3:231 BW

    1. Een recht van pand of hypotheek kan zowel voor een bestaande als voor een toekomstige vordering worden gevestigd. De vordering kan op naam, aan order of aan toonder luiden. Zij kan zowel een vordering op de pand- of hypotheekgever zelf als een vordering op een ander zijn.

    2. De vordering waarvoor pand of hypotheek wordt gegeven, moet voldoende bepaalbaar zijn.

    Artikel 3:231 BW — uitleg en de modellen die erop rusten →

    Bron: wetten.overheid.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BWBR0005291), toestand geldig vanaf 2025-07-01, opgehaald 10-09-2026 uit de BWB-repository van de overheid. Wetteksten zijn vrij van auteursrecht (art. 11 Auteurswet); de uitleg en de contractmodellen zijn van Lexparaat.

  • Artikel 4 · Vestiging van het pandrecht
    ⚖ art. 3:236 en 3:237 BW

    1. Pandrecht op een roerende zaak, op een recht aan toonder, of op het vruchtgebruik van een zodanige zaak of recht, kan ook worden gevestigd bij authentieke of geregistreerde onderhandse akte, zonder dat de zaak of het toonderpapier wordt gebracht in de macht van de pandhouder of van een derde.

    2. De pandgever is verplicht in de akte te verklaren dat hij tot het verpanden van het goed bevoegd is alsmede hetzij dat op het goed geen beperkte rechten rusten, hetzij welke rechten daarop rusten.

    3. Wanneer de pandgever of de schuldenaar in zijn verplichtingen jegens de pandhouder tekortschiet of hem goede grond geeft te vrezen dat in die verplichtingen zal worden tekortgeschoten, is deze bevoegd te vorderen dat de zaak of het toonderpapier in zijn macht of in die van een derde wordt gebracht. Rusten op het goed meer pandrechten, dan kan iedere pandhouder jegens wie de pandgever of de schuldenaar tekortschiet, deze bevoegdheid uitoefenen, met dien verstande dat een andere dan de hoogst gerangschikte slechts afgifte kan vorderen aan een tussen de gezamenlijke pandhouders overeengekomen of door de rechter aan te wijzen pandhouder of derde.

    4. Wanneer de pandgever of de schuldenaar in zijn verplichtingen jegens de pandhouder die een bij voorbaat gevestigd pandrecht op te velde staande vruchten of beplantingen heeft, tekortschiet, kan de kantonrechter de pandhouder op diens verzoek machtigen zelf de te velde staande vruchten of beplantingen in te oogsten. Is de pandgever eigenaar van de grond of ontleent hij zijn recht op de vruchten of beplantingen aan een beperkt recht op de grond, dan kan de beschikking waarbij het verzoek wordt toegewezen, worden ingeschreven in de openbare registers.

    5. Tegen een beschikking krachtens het vorige lid is geen hogere voorziening toegelaten.

    Artikel 3:237 BW — uitleg en de modellen die erop rusten →

    Bron: wetten.overheid.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BWBR0005291), toestand geldig vanaf 2025-07-01, opgehaald 10-09-2026 uit de BWB-repository van de overheid. Wetteksten zijn vrij van auteursrecht (art. 11 Auteurswet); de uitleg en de contractmodellen zijn van Lexparaat.

  • Artikel 5 · Verklaringen en garanties Pandgever
  • Artikel 6 · Zorg, gebruik en informatie
    ⚖ art. 3:243 BW

    1. Hij die uit hoofde van een pandrecht een zaak onder zich heeft, moet als een goed pandhouder voor de zaak zorgdragen.

    2. Door een pandhouder betaalde kosten tot behoud en tot onderhoud, met inbegrip van door hem betaalde aan het goed verbonden lasten, moeten hem door de pandgever worden terugbetaald; het pandrecht strekt mede tot zekerheid daarvoor. Andere door hem ten behoeve van het pand gemaakte kosten kan hij van de pandgever slechts terugvorderen, indien hij ze met diens toestemming heeft gemaakt, onverminderd diens aansprakelijkheid uit zaakwaarneming of ongerechtvaardigde verrijking.

    Artikel 3:243 BW — uitleg en de modellen die erop rusten →

    Bron: wetten.overheid.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BWBR0005291), toestand geldig vanaf 2025-07-01, opgehaald 13-09-2026 uit de BWB-repository van de overheid. Wetteksten zijn vrij van auteursrecht (art. 11 Auteurswet); de uitleg en de contractmodellen zijn van Lexparaat.

  • Artikel 7 · Vergoedingsvorderingen en zaaksvervanging
    ⚖ art. 3:229 en 3:246 BW

    1. Het recht van pand of hypotheek brengt van rechtswege mee een recht van pand op alle vorderingen tot vergoeding die in de plaats van het verbonden goed treden, waaronder begrepen vorderingen ter zake van waardevermindering van het goed.

    2. Dit pandrecht gaat boven ieder op de vordering gevestigd ander pandrecht.

    Artikel 3:229 BW — uitleg en de modellen die erop rusten →

    Bron: wetten.overheid.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BWBR0005291), toestand geldig vanaf 2025-07-01, opgehaald 13-09-2026 uit de BWB-repository van de overheid. Wetteksten zijn vrij van auteursrecht (art. 11 Auteurswet); de uitleg en de contractmodellen zijn van Lexparaat.

  • Artikel 7a · Aanvullende polisverpanding
    ⚖ art. 3:239 BW

    1. Pandrecht op een tegen een of meer bepaalde personen uit te oefenen recht dat niet aan toonder of order luidt, of op het vruchtgebruik van een zodanig recht kan ook worden gevestigd bij authentieke of geregistreerde onderhandse akte, zonder mededeling daarvan aan die personen, mits dit recht op het tijdstip van de vestiging van het pandrecht reeds bestaat of rechtstreeks zal worden verkregen uit een dan reeds bestaande rechtsverhouding.

    2. Het tweede lid van artikel 237 is van overeenkomstige toepassing.

    3. Wanneer de pandgever of de schuldenaar in zijn verplichtingen jegens de pandhouder tekortschiet of hem goede grond geeft te vrezen dat in die verplichtingen zal worden tekortgeschoten, is deze bevoegd van de verpanding mededeling te doen aan de in het eerste lid genoemde personen. Pandhouder en pandgever kunnen overeenkomen dat deze bevoegdheid op een ander tijdstip ingaat.

    4. Artikel 88 geldt slechts voor de pandhouder wiens recht overeenkomstig lid 1 is gevestigd, indien hij te goeder trouw is op het tijdstip van de in lid 3 bedoelde mededeling.

    5. Indien het pandrecht is gevestigd op een geldvordering als bedoeld in artikel 83 lid 3, eerste zin, wordt de mededeling, bedoeld in lid 3, schriftelijk gedaan. De voorgaande zin is niet van toepassing indien het pandrecht is gevestigd op een geldvordering als bedoeld in artikel 83 lid 4.

    Artikel 3:239 BW — uitleg en de modellen die erop rusten →

    Bron: wetten.overheid.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BWBR0005291), toestand geldig vanaf 2025-07-01, opgehaald 10-09-2026 uit de BWB-repository van de overheid. Wetteksten zijn vrij van auteursrecht (art. 11 Auteurswet); de uitleg en de contractmodellen zijn van Lexparaat.

  • Artikel 7b · Verzekeringsplicht (indien van toepassing)
  • Artikel 8 · Opeisbaarheid en verzuim
  • Artikel 9 · Uitwinning
    ⚖ art. 3:248–3:253 BW

    1. Wanneer de schuldenaar in verzuim is met de voldoening van hetgeen waarvoor het pand tot waarborg strekt, is de pandhouder bevoegd het verpande goed te verkopen en het hem verschuldigde op de opbrengst te verhalen.

    2. Partijen kunnen bedingen dat eerst tot verkoop kan worden overgegaan, nadat de rechter op vordering van de pandhouder heeft vastgesteld dat de schuldenaar in verzuim is.

    3. Een lager gerangschikte pandhouder of beslaglegger kan het verpande goed slechts verkopen met handhaving van de hoger gerangschikte pandrechten.

    Artikel 3:248 BW — uitleg en de modellen die erop rusten →

    Bron: wetten.overheid.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BWBR0005291), toestand geldig vanaf 2025-07-01, opgehaald 10-09-2026 uit de BWB-repository van de overheid. Wetteksten zijn vrij van auteursrecht (art. 11 Auteurswet); de uitleg en de contractmodellen zijn van Lexparaat.

  • Artikel 9a · Bodemzaken en fiscale rechten
    ⚖ art. 22 en 22bis Invorderingswet 1990

    1. In dit artikel wordt verstaan onder bodemzaak: een zaak als bedoeld in artikel 22, derde lid, die zich op de bodem van de belastingschuldige bevindt.

    2. Houders van pandrechten of overige derden die geheel of gedeeltelijk recht hebben op een bodemzaak, zijn gehouden de ontvanger mededeling te doen van het voornemen hun rechten met betrekking tot deze bodemzaak uit te oefenen, dan wel van het voornemen enigerlei andere handeling te verrichten of te laten verrichten waardoor die zaak niet meer kwalificeert als bodemzaak.

    3. De belastingschuldige is gehouden de ontvanger mededeling te doen van het voornemen enigerlei handeling te verrichten of te laten verrichten, dan wel medewerking aan een dergelijke handeling te verlenen, waardoor de zaak niet meer kwalificeert als bodemzaak.

    4. Handelingen die worden verricht in de normale uitoefening van het bedrijf of beroep van de belastingschuldige behoeven niet te worden gemeld.

    5. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de mededeling, bedoeld in het tweede of derde lid, moet worden gedaan.

    6. Gedurende vier weken na de mededeling, bedoeld in het tweede lid, mag de pandhouder of overige derde die de mededeling heeft gedaan, zijn rechten op de bodemzaak niet uitoefenen alsmede geen andere handeling verrichten of laten verrichten waardoor de ontvanger beperkt wordt in zijn recht met betrekking tot de bodemzaak. Gedurende vier weken na de mededeling, bedoeld in het derde lid, mag de belastingschuldige de bodemzaak niet vervreemden, niet enigerlei andere handeling verrichten of laten verrichten waardoor de ontvanger beperkt wordt in zijn recht met betrekking tot de bodemzaak, en niet zijn medewerking aan een dergelijke handeling verlenen.

    7. Indien de ontvanger na een mededeling als bedoeld in het tweede lid besluit geen beslag te leggen op de bodemzaak, doet hij de pandhouder of de overige derde, bedoeld in dat lid, daarvan zo spoedig mogelijk kennisgeving. Gedurende vier weken na de dagtekening van de kennisgeving zijn de houders van pandrechten of de overige derden, bedoeld in het tweede lid, tot wie die kennisgeving is gericht, bevoegd hun rechten met betrekking tot die bodemzaak uit te oefenen, dan wel enigerlei handeling te verrichten dan wel te laten verrichten waardoor de zaak niet meer als bodemzaak kwalificeert. Na verloop van vier weken na de dagtekening van de kennisgeving is op handelingen die door de pandhouder of de derde, bedoeld in het tweede lid, worden verricht dit artikel onverkort van toepassing. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing indien de ontvanger geen kennisgeving doet, waarbij de termijn van vier weken aanvangt na afloop van de in het zesde lid genoemde termijn.

    8. Het zevende lid is van overeenkomstige toepassing op de belastingschuldige, bedoeld in het derde lid.

    9. De pandhouder of de overige derde, bedoeld in het tweede lid, die in gebreke is gebleven om de mededeling, bedoeld in dat lid, te doen, dan wel die handelt in strijd met het zesde lid, is op vordering van de ontvanger verplicht een met bescheiden gestaafde verklaring te doen omtrent de executiewaarde van de bodemzaak. Het door de belastingschuldige in gebreke blijven om de mededeling, bedoeld in het derde lid, te doen, en het handelen in strijd met het zesde lid, tweede volzin, worden aangemerkt als een in gebreke blijven van, onderscheidenlijk het handelen door, de pandhouder of de overige derde, bedoeld in het tweede lid, tenzij die pandhouder of die overige derde bewijst dat noch de zaak noch de opbrengst daarvan hem direct of indirect geheel of gedeeltelijk ten goede is gekomen.

    10. De verklaring, bedoeld in het negende lid, moet geschieden binnen veertien dagen na de dagtekening van de brief van de ontvanger waarin om verklaring wordt verzocht.

    11. De ontvanger stelt de executiewaarde van de bodemzaak vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.

    12. De pandhouder of de overige derde, bedoeld in het tweede lid, is verplicht tot betaling van een bedrag bestaande uit de executiewaarde van de bodemzaak tot een beloop van maximaal het bedrag van de al dan niet in een naheffingsaanslag vervatte belastingschulden ter zake van rijksbelastingen, bedoeld in artikel 22, derde lid, voor zover deze belastingschulden zijn ontstaan in de periode voorafgaande aan het tijdstip waarop de zaak niet meer als bodemzaak kwalificeert. De ontvanger stelt het beloop van de betalingsverplichting vast in de beschikking, bedoeld in het elfde lid.

    13. Voor de uit de beschikking, bedoeld in het twaalfde lid, voortvloeiende betalingsverplichting geldt een betalingstermijn van veertien dagen na de dagtekening van de beschikking.

    14. Indien de pandhouder of de overige derde, bedoeld in het tweede lid, het bedrag, bedoeld in het twaalfde lid, niet binnen de gestelde termijn betaalt, vordert de ontvanger dat bedrag in, als ware dat bedrag een rijksbelasting.

    15. Betalingen gedaan ingevolge het dertiende lid door de pandhouder of de overige derde, bedoeld in het tweede lid, komen in mindering op de belastingschulden, bedoeld in het twaalfde lid, van de belastingschuldige wiens bodemzaak het betrof, met uitzondering van rente, kosten en boeten die zijn verschuldigd door de pandhouder of de overige derde, bedoeld in het tweede lid.

    16. De bevoegdheden van de ontvanger op grond van het negende, elfde, twaalfde en veertiende lid vervallen één jaar na het tijdstip waarop de zaak niet meer als bodemzaak kwalificeert, tenzij de ontvanger binnen dat jaar van de pandhouder of de overige derde, bedoeld in het tweede lid, een met bescheiden gestaafde verklaring heeft gevorderd omtrent de executiewaarde van de zaak.

    17. Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake de beschikking, bedoeld in het elfde lid, is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.

    18. De pandhouder of de overige derde, bedoeld in het tweede lid, die op grond van het tiende lid tijdig heeft verklaard en tijdig heeft betaald ingevolge het dertiende lid, heeft voor het bedrag dat hij aan de ontvanger heeft betaald verhaal op belastingschuldige, bedoeld in het eerste lid. Bij dit verhaal vindt geen subrogatie plaats in het voorrecht van artikel 21, eerste lid.

    19. Dit artikel is niet van toepassing indien de waarde van de bodemzaken bij het aangaan van de overeenkomst tussen belastingschuldige en pandhouder of derden als bedoeld in het tweede lid onder een bij ministeriële regeling vast te stellen drempel blijft.

    20. Dit artikel vindt overeenkomstige toepassing tijdens de afkoelingsperiode.

    Artikel 22bis Invorderingswet 1990 — uitleg en de modellen die erop rusten →

    Bron: wetten.overheid.nl — Invorderingswet 1990 (BWBR0004770), toestand geldig vanaf 2026-07-01, opgehaald 13-09-2026 uit de BWB-repository van de overheid. Wetteksten zijn vrij van auteursrecht (art. 11 Auteurswet); de uitleg en de contractmodellen zijn van Lexparaat.

  • Artikel 10 · Aanvullende medewerking
  • Artikel 11 · Kosten
  • Artikel 12 · Duur en einde
  • Artikel 13 · Toepasselijk recht en forum
  • Bijlage 1 · Specificatie verpande zaken (indien van toepassing)
  • Bijlage · Bewaarverklaring derde bij vuistpand (indien van toepassing)
  • Bijlage · Ontvangstbewijs vuistpand aan Pandhouder (indien van toepassing)

Wat de software voor je bewaakt

  • Datums worden op volgorde gecontroleerd — een einddatum vóór de begindatum komt er niet doorheen.

Termijnen die de wachter bewaakt

Dit model levert zijn termijnen mee (registratie) — controleer bij ingebruikname welke datums daadwerkelijk in de bewaking zijn opgenomen. Gebeurtenissen zonder bekende datum, zoals een latere executie of fiscale melding, vragen afzonderlijke opvolging.

Veelgestelde vragen over een pandakte roerende zaken

Waarvoor gebruik je een pandakte roerende zaken?

Verpanden van machines, inventaris of voorraad als zekerheid.

Wat kost een pandakte roerende zaken?

Je eerste document is gratis. Daarna kost een document €5, of €29 voor alle modellen uit dezelfde bundel. Invullen en bekijken kost je niets. Wil je dat een jurist het controleert en meetekent, dan kost dat €99.

Is dit een statisch voorbeeld of een echt document?

Geen voorbeeld-PDF: je vult de velden in en de software bouwt het document op uit gecureerde clausules en voert de ingestelde invoercontroles uit. Controleer of het document bij jouw situatie past.

Is dit model juridisch getoetst?

De clausuleset is een werkversie; de juridische toets door mr. Yves Houben volgt. De software voert de ingestelde invoercontroles uit. Een geslaagde controle is geen juridische goedkeuring.

Bewaakt Lexparaat ook de termijnen uit dit contract?

Dit model bevat termijngegevens (registratie). Controleer bij ingebruikname welke datums daadwerkelijk in de bewaking zijn opgenomen. Houd termijnen die afhangen van latere gebeurtenissen afzonderlijk bij.

Wat heb ik nodig om dit model in te vullen?

Niet meer dan de basisgegevens: pandgever, vestigings-/woonplaats pandgever, pandhouder, vestigings-/woonplaats pandhouder, datum pandakte, vorm van het pandrecht. Twijfel je ergens over, dan laat je het veld staan en kijkt de jurist mee.

Andere modellen

Zie zelf wat er in je contract staat

Plak een contract, en Lexparaat leest eruit welke termijnen en risico's het bevat — elk met het letterlijke citaat erbij. Gratis, geen account nodig.

Scan een contract