Blog ·

Aanzegverplichting: laat je tijdelijke contract niet stilzwijgend eindigen

De wettekst — Artikel 7:668 BW

1. De werkgever informeert de werknemer schriftelijk uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt:
a. over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst; en
b. bij voortzetting, over de voorwaarden waaronder hij de arbeidsovereenkomst wil voortzetten.

2. Lid 1 is niet van toepassing, indien:
a. bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst schriftelijk is overeengekomen dat deze eindigt op een tijdstip dat niet op een kalenderdatum is gesteld; of
b. de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een periode korter dan zes maanden.

3. Indien de werkgever de verplichting, bedoeld in lid 1, aanhef en onderdeel a, in het geheel niet is nagekomen, is hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het loon voor één maand. Indien de werkgever die verplichting niet tijdig is nagekomen, is hij aan de werknemer een vergoeding naar rato verschuldigd. De vergoeding is verschuldigd vanaf een maand na de dag waarop de verplichting op grond van lid 1 is ontstaan. De vergoeding is niet langer verschuldigd, indien de werkgever in staat van faillissement is verklaard, aan hem surseance van betaling is verleend of op hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is.

4. De arbeidsovereenkomst wordt geacht voor dezelfde tijd, maar ten hoogste voor een jaar, op de vroegere voorwaarden te zijn voortgezet, indien:
a. de arbeidsovereenkomst, bedoeld in lid 1, na het verstrijken van de tijd, bedoeld in artikel 667, lid 1, wordt voortgezet en de werkgever de verplichting, bedoeld in lid 1, onderdeel a of b, niet is nagekomen; of
b. de arbeidsovereenkomst, bedoeld in lid 2, na het verstrijken van de tijd, bedoeld in artikel 667, lid 1, door partijen zonder tegenspraak wordt voortgezet.

5. Lid 4, onderdeel b, geldt tevens wanneer in de gevallen waarin opzegging nodig is, tijdige opzegging achterwege blijft en de gevolgen van de voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet uitdrukkelijk zijn geregeld.

6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat voor de toepassing van lid 3 wordt verstaan onder loon.

Volledige tekst, uitleg en het passende contractmodel → · geldig vanaf 2026-07-01, bron wetten.overheid.nl

Je hebt een medewerker aangenomen voor een jaar. Het contract loopt af op 1 juli. Je bent nog aan het nadenken of je verlengt: de omzet is wisselend en je wilt eerst het tweede kwartaal afwachten. Halverwege juni besluit je dat het niet doorgaat en je laat het weten. Prima gedaan, denk je. Twee weken later ligt er een brief van je medewerker: hij vraagt een maandloon aan aanzegvergoeding. En hij heeft gelijk.

Dat is de valkuil van artikel 7:668 BW. De regel is simpel, maar hij glipt bij veel ondernemers tussen de vingers door, juist omdat je niets fout hebt gedaan behalve te laat zijn.

Wat de aanzegverplichting precies inhoudt

Heb je een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden of langer, met een vaste einddatum, dan moet je uiterlijk een maand voor die einddatum schriftelijk laten weten:

  • of je de arbeidsovereenkomst wilt voortzetten;
  • en zo ja, onder welke voorwaarden je dat wilt doen.

Het gaat dus om twee dingen. Alleen "we gaan door" is niet genoeg als je bijvoorbeeld het salaris of het aantal uren wilt aanpassen. Dan moet je die voorwaarden ook in die aanzegging noemen.

Belangrijk: de aanzegging is geen opzegging. Een contract voor bepaalde tijd met een vaste einddatum eindigt van zichzelf op die datum. De aanzegging is puur een informatieplicht. Vergeet je hem, dan eindigt het contract nog steeds — je bent alleen geld verschuldigd.

Wat het kost als je te laat bent

De sanctie is een vaste rekensom, zonder dat je medewerker schade hoeft aan te tonen:

  • Helemaal niet aangezegd: je bent een vol maandloon verschuldigd.
  • Te laat aangezegd: 1/30 maandloon voor elke dag dat je te laat bent, met een maximum van één maandloon.

In het voorbeeld hierboven zeg je ongeveer twee weken te laat aan. Dat is dan zo'n 14/30 maandloon. Bij een salaris van 3.000 euro loopt dat op naar zo'n 1.400 euro — voor een briefje dat je twee weken eerder had moeten sturen.

Er zit wel een grens aan. Je medewerker moet de vergoeding binnen drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst opeisen. Doet hij dat niet, dan vervalt het recht. Die termijn is hard: hij loopt gewoon door, ook als jullie nog in gesprek zijn.

Wanneer de plicht niet geldt

De aanzegplicht geldt niet in alle gevallen. Hij is er niet bij:

  • Contracten korter dan zes maanden. Een contract van drie maanden hoef je niet aan te zeggen.
  • Contracten zonder vaste kalenderdatum. Denk aan een contract voor de duur van een project of ter vervanging tijdens ziekte. Omdat de einddatum niet op de kalender staat, kun je die maand ook niet aftellen.
  • Een uitzendovereenkomst met uitzendbeding. Daarvoor geldt de plicht niet.

Let op: dat je niet hoeft aan te zeggen, betekent niet dat je niets hoeft te doen. Een contract voor de duur van een project vraagt om duidelijke communicatie over wanneer dat project eindigt — anders krijg je discussie over of het contract wel echt is afgelopen.

Drie dingen om nu te regelen

  • Zet de aanzegdatum in je agenda, niet de einddatum. Sluit je een contract van zes maanden of langer met een vaste einddatum? Reken direct terug en zet een herinnering op vijf weken voor het einde. Zo houd je marge om na te denken en de brief te versturen.
  • Zeg altijd schriftelijk aan, ook als je wél verlengt. Veel ondernemers denken dat de plicht alleen geldt bij niet-verlengen. Dat is niet zo: ook bij voortzetting moet je schriftelijk laten weten dat je doorgaat en tegen welke voorwaarden. Een e-mail met leesbevestiging of een brief die je laat aftekenen, is het veiligst.
  • Twijfel je nog? Zeg dan alsnog tijdig aan. Je kunt schriftelijk melden dat je niet verlengt en later alsnog een nieuw aanbod doen. Wat je niet kunt, is de maandtermijn achteraf repareren. Kies bij twijfel dus voor de veilige route en houd het gesprek daarna open.

Direct zelf regelen?

Stel het bijpassende model op met Lexparaat. Je eerste document is gratis, daarna €5 per document; een juristcontrole €99.

Bronnen

art. 7:668 BW — Aanzegverplichting. Bij een contract voor bepaalde tijd van zes maanden of langer met een vaste einddatum moet de werkgever uiterlijk een maand voor die einddatum schriftelijk laten weten of hij verlengt en tegen welke voorwaarden. Zegt hij helemaal niet aan, dan is hij een vol maandloon verschuldigd; zegt hij te laat aan, dan 1/30 maandloon per dag te laat, met een maximum van één maandloon. De werknemer moet deze vergoeding binnen drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst vorderen, anders vervalt het recht. Voor contracten zonder vaste kalenderdatum (bijvoorbeeld voor de duur van een project) en voor een uitzendovereenkomst mét uitzendbeding geldt de aanzegplicht niet. wettekst↗

Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies. Twijfel je over jouw situatie? Scan je contract gratis — en als het advies moet worden, tekent er een jurist.

Zie zelf wat er in je contract staat

Plak een contract, en Lexparaat leest eruit welke termijnen en risico's het bevat — elk met het letterlijke citaat erbij. Gratis, geen account nodig.

Scan een contract